Het FabLab+ deelt creativiteit met iedereen

FabLab+   |   Antwerpen, België

In Antwerpen is een nieuw FabLab geopend. In een industriële omgeving staan daarvoor een groot aantal machines opgesteld waarmee studenten en ook non-profitorganisaties innovatieve producties kunnen maken.

Amerikaans initiatief

Jorg Wintraecken is samen met Xavier Coenen verantwoordelijk voor het splinternieuwe FabLab, dat het Stedelijk Onderwijs van Antwerpen mogelijk maakte. “De naam FabLab staat voor fabricage laboratorium en is een Amerikaans initiatief,” legt Jorg Wintraecken uit.

De geestelijke vader van de FabLabs is Prof. Dr. Neil Gershenfeld van het Center for Bits and Atoms (CBA) van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij gaf eens een semester de cursus ‘How to make (almost) anything’, waartoe hij een lab voor digitale fabricage opzette, het zogenaamde Fab Lab. Dit was succesvol en trok dermate veel aandacht dat er meer FabLabs volgens dit model ontstonden. Inmiddels is dat uitgegroeid tot een wereldwijde community van zo’n 500 FabLabs. Een belangrijk kenmerk van FabLabs is dat zij hun kennis delen met andere FabLabs. Het zijn vaak kweekvijvers voor innovaties.

Gratis proberen

Voorwaarde is dat een FabLab een CNC-freesmachine, 3D-printer, foliesnijder en lasersnijder in huis hebben.  “Het moet gratis zijn voor iedereen die iets wil produceren dat niet commercieel is. Dus voor hobby, onderwijs en prototyping kunnen mensen hier terecht en dat kost hen in principe niets,” zegt Wintraecken. “In de ruimte worden creatieve mensen bij elkaar gebracht. De interactie tussen de mensen moet de creativiteit bevorderen”. Het Stedelijk Onderwijs merkt dat er veel uitval is in de technische opleidingen. Om die reden besloten ze techniek te stimuleren met de oprichting van het FabLab+.

Falen mag

“De plus staat ervoor dat we ook leraren willen stimuleren hier gebruik van te maken. Voor de hen is het ook nieuw. We beginnen met het opleiden van leraren zodat ze in de klas projecten gaan opzetten. Die projecten worden dan hier uitgevoerd. Het is niet de bedoeling dat ze alleen een leuke excursie hebben, met een zelf geprint sleutelhangertje thuiskomen en dat het dan stopt. Het moet echt geïntegreerd zijn in de bestaande opleidingen. Een voorbeeld is een opleiding rond sterkteleer van bruggen. De leerlingen hebben hier een model van de brug geconstrueerd. Ze hebben daar gewichten op gezet en metingen aan gedaan. Eigenlijk willen we de leerlingen laten leren door hen ook eens te laten falen. Ze moeten durven initiatieven te nemen die buiten de bestaande grenzen vallen.”

Ervaring delen

Iedereen is welkom. Dat betekent dat ook bedrijven dingen kunnen uitproberen. Zo ziet Jorg graag bedrijven binnenkomen die een keer iets met 3D-printen willen uitproberen. Voorwaarde is wel dat het bedrijf zijn ervaringen wil delen. Alles wat geproduceerd wordt in een FabLab is open source en staat dus aan iedereen ter beschikking.

Liever meer dan groot

Er staan vier machines van Roland DG opgesteld: een freesmachine, een 3D-printer, een snijplotter en een printer. Het zijn betrekkelijk kleine machines, maar daar heeft het FabLab bewust voor gekozen. “We willen een zo breed mogelijk gamma aan bewerkingen aanbieden. Daarom hebben we gekozen voor meer machines in plaats van grote machines. In het totaal investeerden we ongeveer 200.000 euro aan machines, inclusief de kostbare CNC-freesmachine.”

De 3D-printer is de monoFAB ARM-10, een desktop 3D-printer waarvan de hars onder uv-licht uithardt. Het FabLab heeft er al interessante voorwerpen mee gemaakt. “Het moeilijkste blijft het tekenen in 3D. Je kunt wel kant-en-klare voorbeelden downloaden, maar het interessante is toch om er een eigen ontwerp mee te maken. Met frezen is dat ook zo. De machine bedienen is heel eenvoudig, maar ook hier is het tekenen van een goede file iets dat je bij ons kunt leren.” Veel van de machines worden gebruikt om prototypes te produceren en te testen. Ze gebruiken daarvoor de Roland SRM-20 en MDX-40A freesmachines en de BN-20 printer.

Goed gevoel

Tijdens een congres voor FabLabs in Boston (Amerika) kwam Jorg in contact met Roland DG, die zijn producten daar toonde op de bijhorende beurs. Dit heeft vrij snel geleid tot een goed contact en een advies om het FabLab in Antwerpen in te richten. “We wilden eigenlijk eerst grotere machines kopen. Maar het bleek dat we voor dat budget vier kleinere machines konden kopen en daar zijn we heel tevreden mee. Roland is heel actief binnen onderwijs en dat sprak ons erg aan. We hebben er een heel goed gevoel bij, ook wat betreft de ondersteuning.”

 

www.stedelijkonderwijs.be